Nederlandse Akkerbouw Vakbond

NAV

De Nederlandse Akkerbouw Vakbond heeft als missie een goed inkomen voor akkerbouwers.

Lobbying Activity

Response to Soil Health Law – protecting, sustainably managing and restoring EU soils

3 Nov 2023

De Nederlandse Akkerbouw Vakbond (NAV) is absoluut voorstander van aandacht voor duurzaam bodembeheer, laten we dat voorop stellen. Akkerbouwers zijn in Nederland al zeer actief bezig met goed bodembeheer. Goed bodembeheer geeft betere wateropslag, betere waterkwaliteit, gaat klimaatverandering tegen en geeft weerbaardere gewassen die minder gewasbescherming nodig hebben. De NAV vindt echter de voorgestelde Europese Bodemrichtlijn overbodig, dubbelop met lopende wetgeving en te beperkend om optimaal gebruik te kunnen maken van het vakmanschap van boeren. Bovendien heeft Nederland al de Open Bodem Index. In de Bijlage vindt u onze kanttekeningen en bezwaren nader toegelicht.
Read full response

Response to Measures related to Globodera

8 Jan 2022

Onze feedback vindt u in de bijlage.
Read full response

Response to Enhancing Market transparency in the agri-food chain

19 Jun 2019

The Dutch Arable Farmers Union (Nederlandse Akkerbouw Vakbond, NAV) is positive about the efforts to improve the position of farmers in the agro-food chain. The proposal to increase market transparency is commendable. At NAV, we have investigated prices of onions and potatoes throughout the years and have compared them with the prices paid to farmers. We have found that there is really no correlation between them. For example, in a year with low yields, contract prices for farmers paid by the industry are not affected whereas the prices in the supermarkets of processed potatoes are elevated ‘due to shortage of supply’. Although we are positive about the initiative, we do have several suggestions. As it stands now, not the whole chain is included. We think that all parts of the chain, including retail, should be included. Also, we think the transparency should be extended to processed food. Arable products are often processed, so in order for arable farmers to benefit from the new transparency, processed food should also be included. Finally, we would like to stress that increased market transparency in itself will not improve the farmers income and position in the chain. Real-time information on transactions give farmers an equal information position at the time of the sale, but transparency after the fact will not directly help farmers. It all depends on how this transparency is being put to use so that it truly adds to both income and market power of farmers. The proposed transparency will in our opinion show that farmers are structurally underpaid for their products. This should lead to new proposals on how to change this.
Read full response

Response to EU Pollinators Initiative

27 Dec 2017

De NAV vindt het een goede zaak dat er onderzoek gaat plaatsvinden aan de stand van de bestuivers. Twee aandachtspunten: - onder B vinden wij dat er al op voorhand te veel op een beperkt aantal zaken wordt gefocust. Wij missen bijvoorbeeld mogelijke factoren: 1. klimaatverandering 2. ziekten en plagen van bestuivers (denk aan de varroa mijt) 3. de invloed van bemesting 4. medicijnresten en hormonen die via het rioolwater in het milieu terecht komen 5. de toegenomen UMTS straling. Er moet met een brede blik naar álle mogelijke oorzaken worden gekeken! - de NAV vindt dat er zeker een impact analyse nodig is van alle maatregelen die worden voorgesteld. Er wordt nu gesuggereerd dat dit alleen zal plaatsvinden als er reden is om aan te nemen dat de impact er zal zijn, maar dat vinden wij de omgekeerde wereld: een impact analyse is er juist om dat vast te stellen en is veel meer op feiten gebaseerd dan een 'inschatting' of er impact zal zijn. de gevolgen kunnen tenslotte groot zijn voor de landbouw én voor burgers.
Read full response

Response to Criteria to identify endocrine disruptors for plant protection products

28 Jul 2016

De Nederlandse Akkerbouw Vakbond (NAV) heeft met interesse kennis genomen van de voorgestelde criteria voor ED’s. De NAV is voorstander van het weren van middelen die een aantoonbare blijvende schade veroorzaken en vindt het terecht dat er aandacht wordt besteed aan de mogelijk hormoonverstorende werking van gewasbeschermingsmiddelen, maar plaatst wel kanttekeningen bij de voorgestelde werkwijze. De NAV vindt dat er uitsluitend op basis van wetenschappelijke feiten mag worden gehandeld en niet op politieke basis. In de voorgestelde werkwijze wordt er uitsluitend uitgegaan van de eigenschappen van een stof, zonder rekening te houden met de reële blootstelling, zonder rekening te houden met de kracht van de stof (potency), de ernst (severity) en of het effect onomkeerbaar is (irreversibility). Als het niveau waarop een stof een ED effect heeft vele malen hoger ligt dan daadwerkelijke blootstelling bij gebruik in de agrarische praktijk, zelfs rekening houdend met morsen of andere calamiteiten, zou een middel niet puur op basis van stofeigenschappen moeten worden verboden, zeker omdat al veel wordt gedaan aan emissiebeperking. Dit geldt ook voor irreversibility: een kort maar tijdelijk effect zou geen reden moeten zijn om een stof te verbieden. Immers, vele voedingsmiddelen hebben ook een kort maar tijdelijk effect op de hormoonwerking (chocola, cafeïne) en worden ook niet verboden. De Commissie heeft gekozen voor optie 2 (hazard-based). De bescherming die wordt geboden door opties 2, 3 en 4 is even hoog, maar opties 2 en 3 hebben veruit de hoogste impact voor het effectieve middelenpakket, ook voor groene middelen. Dit gaat in tegen de bepaling uit het SPS-verdrag binnen de WTO dat (fyto)sanitaire maatregelen gebaseerd dienen te zijn op risicobeoordeling en niet verder gaan dan noodzakelijk voor het bereiken van het beoogde veiligheidsniveau. De NAV steunt het toevoegen van testen op ED effecten aan de toelatingsprocedure voor gewasbeschermingsmiddelen, maar vindt de voorgestelde werkwijze onevenredig nadelig voor de landbouw, zonder dat er extra bescherming door wordt geboden. De NAV pleit, net als EFSA, voor een beoordeling waarbij rekening wordt gehouden met stofeigenschappen in combinatie met potentie (optie 4, risk-based). De voorgestelde derogatie bij optie 2 biedt geen echte oplossing, omdat er dan voortdurende politieke en emotionele druk komt te staan op een middel wat is gestigmatiseerd als ED, maar toch wordt toegestaan omdat het gebruik geen risico geeft. De NAV vindt optie 4, waarbij deze stoffen niet worden geclassificeerd als ED vanwege de combinatie van stofeigenschappen (hazard) en potentie (potency), beter, omdat er op die manier bij de toelating een wetenschappelijke beoordeling gemaakt wordt van de combinatie van hazard en potency, dus van de reële risico’s van een stof en tegelijkertijd het beschermingsniveau hetzelfde is als bij de derogatie bij optie 2. Alleen in Europa wordt gekozen voor hazard-based beoordeling. In landen, waarmee de EU onderhandelt over vrijhandelsverdragen (CETA met Canada, TTIP met de VS), wordt een risk-based beoordeling aangehouden. Aangezien er in de vrijhandelsverdragen geen eisen mogen worden gesteld aan de productiewijzen, zullen boeren in die landen dus gewoon middelen die hier worden verboden mogen blijven gebruiken. Dit vergroot de ongelijkheid in het speelveld tussen boeren en dat vindt de NAV onacceptabel. Het risico bestaat dat er een aanzienlijk aantal middelen onder de voorgestelde wetgeving zal worden verboden, dus een beperking van het effectieve middelenpakket voor de land- en tuinbouw. Hierdoor wordt resistentiemanagement moeilijker en komen voedselproductie en -kwaliteit direct in gevaar. De NAV dringt aan op werkbare, proportionele en op wetenschap gebaseerde criteria zodat én de gewenste bescherming wordt bereikt én boeren toegang blijven houden tot een voldoende breed effectief middelenpakket om de Europese voedselproductie te waarborgen.
Read full response